Kennisbank

Categorieën:
  • Alle categorieën
  • Diversen
  • Informatie voor organisaties
  • Informatie voor vrijwilligers
  • Nieuws
  • Projecten

ANBI en SBBI

Wat is een ANBI?

ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Een ANBI organisatie draagt bij aan het algemeen nut. Het kan een goed doel zijn, een kerk of organisatie met een bepaalde levensbeschouwing. Het kan ook een culturele of een wetenschappelijke instelling zijn.

De Belastingdienst stelt voorwaarden aan een organisatie die een ANBI wil zijn. Een organisatie die daaraan voldoet, krijgt de ANBI-status. Dat is aantrekkelijk voor donateurs omdat giften aan een ANBI belastingvoordeel kunnen opleveren.

Kijkt u op de website van de Belastingdienst voor meer en de meest actuele informatie. Wilt je weten welke organisatie een ANBI status heeft klik dan op de volgende link http://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/anbi_zoeken/

Wat is een SBBI?

SBBI betekent Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI). Een organisatie is een SBBI als de organisatie op de eerste plaats de individuele belangen van de leden of een kleine doelgroep behartigt, maar ook een maatschappelijke waarde heeft. Dat is zo als de activiteiten van de organisatie bijdragen aan: de individuele ontplooiing van de leden / de samenhang van de samenleving / een gezondere samenleving.  Ook deze organisaties kunnen gebruikmaken van een belastingvoordeel en hoeven geen schenk- of erfbelasting te betalen over schenkingen of erfenissen die zij ontvangen.

Meer uitgebreide informatie leest je op de site van de belastingdienst. Wil je weten welke organisatie een ANBI status heeft klik dan op de volgende link

Waarom is dit interessant voor vrijwilligers met een WW-uitkering?

Als iemand met een WW-uitkering vrijwilligerswerk wil doen, kijkt het UWV of hij dat wil doen bij een organisatie die een algemeen maatschappelijk doel nastreeft. Vroeger moest zo’n organisatie een ANBI-status hebben of een SBBI zijn  Maar…. Vanaf nu kunnen dus álle organisaties zonder winstoogmerk die nagenoeg uitsluitend het algemene belang dienen, vrijwilligersplaatsen bieden aan WW’ers.

Het UWV heeft nu ook de ruimte om bij onvoorziene, unieke of incidentele gevallen van de regel van onbetaalde arbeid af te wijken of deze buiten toepassing te laten. Denk bijvoorbeeld aan een eenmalige groot sport- of cultuurevent.

Voor welke organisaties is dit nu interessant?

De nieuwe regeling geeft een net andere kijk op de zaken. Daarmee kunnen organisaties zoals bewonersbedrijven en – initiatieven, service diensten door bewoners aan bewoners en vakbonden die eerder geen ANBI/SBBI status hadden of niet het belang hadden deze aan te vragen, nu ook onder de regeling vallen. Dit geldt  dus ook voor kleine vrijwilligersinitiatieven of burgerinitiatieven en buurtbussen.

Voorbeelden:

De ANWB organiseert met vrijwilligers de maatschappelijke activiteit om fietsen op te knappen en deze kosteloos ter beschikking te stellen aan gezinnen in armoede. Eerder viel de ANWB niet binnen de regeling omdat zij geen ANBI-status hadden vanwege hun commerciële activiteiten.
Het van het welzijnswerk overgenomen buurthuis door bewoners heeft inkomsten uit de zaalverhuur. Ook zij hadden geen ANBI-status. Nu passen ze wel onder de regeling. Net zoals het meer informele buurtinitiatief van moestuintjes in de wijk.

 

AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming 7-stappenplan

AVG in 7 stappen

In de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) staan alle wettelijke regels waaraan je moet voldoen bij het registreren en bewaren van persoonlijke gegevens. Dan gaat het bijvoorbeeld over namen en adressen van de leden van een vereniging maar ook om persoonskenmerken. Denk bijvoorbeeld aan allergieën, dieetwensen of het beroep van iemand. De bedoeling van de AVG is dat je die informatie alleen registreert en opslaat als dat noodzakelijk is en dat de gegevens beschermd zijn zodat niet zomaar iedereen mee kan kijken. 

 Met onderstaande zeven stappen maak je jouw organisatie AVG-bestendig!

(let op alle regels gelden voor digitale gegevens én voor gegevens op papier)

Stap 1: Ga na welke gegevens je wilt bewaren maar ook waarom en hoe je dat wilt doen.

  • Ga na welke persoonsgegevens worden verzameld en waar die worden bewaard.
  • Registreer welke persoonsgegevens je vastlegt en met welk doel.
  • Bedenk of dat wat je opslaat functioneel is;  waarom leg je bepaalde gegevens vast? Schrap wat niet per se noodzakelijk is en bewaar alleen nog gegevens die je echt nodig hebt.
  • Leg vast waarvoor je deze gegevens gaat gebruiken en hou je daaraan. (Gebruik de gegevens niet voor andere doeleinden)

Denk bijvoorbeeld aan de voetbalvereniging die standaard adressen (straatnaam, postcode, huisnummer) van de leden in een bestand bewaart terwijl alle communicatie per telefoon, sociale media en digitale nieuwsbrief gaat. Deze clubs hoeven helemaal geen straat en huisnummer te bewaren. Het is even wennen, maar hoe minder informatie je over personen bewaart, hoe moeilijker gegevens herleidbaar zijn naar een persoon en hoe minder kans op schending van de privacy.

Stap 2: Vraag om toestemming

  • Vraag betrokkenen om toestemming voor het opslaan en gebruiken van hun persoonsgegevens.
  • Vertel betrokkenen dat hun persoonsgegevens worden verwerkt en met welk doel.
  • Vertel betrokkenen dat zij het recht hebben hun gegevens in te zien en aan te (laten) passen.

Pas op met bijzondere persoonsgegevens

Verwerken van bijzondere persoonsgegevens is verboden, tenzij hiervoor een wettelijke uitzondering is of de persoon daar uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. Dit zijn persoonsgegevens van gevoelige aard zoals godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, lidmaatschap van een vakvereniging of politieke partij, strafrechtelijke persoonsgegevens.

Ook medische informatie, bijvoorbeeld over diabetes of allergieën, mag je alleen opslaan als er een wettelijke uitzondering is. Organisaties hebben nu de neiging deze informatie automatisch op te slaan in een bestand. Dat is niet langer toegestaan. Deze informatie moet je dus iedere keer navragen voor activiteiten waarbij dat van belang is.

Stap 3: Vastleggen hoe de organisatie met de data omgaat

Organisaties moeten vastleggen:

  • Wie verantwoordelijk is voor de data.
  • Aan wie informatie wordt verstrekt.
  • Op welke computer deze wordt opgeslagen.
  • Op welke wijze deze wordt beschermd tegen virussen en hacken.

Niet onbelangrijk; zorg dat de data maar op één computer of één systeem staan. Verspreiding van data over verschillende computers of systemen zonder dat dat is vastgelegd kan uitgelegd worden als datalekken. Stel procedures op om personen toegang te geven tot de informatie. Denk daarbij ook aan  externe gebruikers van de bestanden, zoals drukkers, verspreiders van de nieuwsbrieven en bijvoorbeeld de koepelorganisatie. Met externe gebruikers moet je een aparte overeenkomst opstellen over hoe jullie omgaan met de gegevens. Dit heet een verwerkersovereenkomst. In deze overeenkomst staan bijvoorbeeld ook afspraken over het vernietigen van de gegevens na gebruik. Ook wanneer het om de koepelorganisatie gaat, moet je afspraken maken over het gebruik van de bestanden.

Stap 4: Stel zo nodig een functionaris voor de gegevensbescherming (FG) aan

Dit is niet verplicht voor alle organisaties. Wel voor overheids- en publieke organisaties, organisaties die persoonsgegevens analyseren (profiling) en wanneer bijzondere persoonsgegevens worden opgeslagen. Voor organisaties waarvoor een FG niet verplicht is, kan het wel handig zijn een FG aan te stellen. De FG is de centrale persoon die alle persoonsgegevens van de club beheert. Deze FG heeft zeggenschap over de bestanden en legt verantwoording af aan de verantwoordelijke beheerder, meestal het bestuur. Deze persoon beslist in opdracht van het bestuur over hoe bestanden worden opgeslagen en de procedure voor het beschikbaar stellen van de gegevens. Ook bestuursleden kunnen alleen via van tevoren vastgelegde procedures gegevens gebruiken. De FG zorgt er ook voor dat de virusscan op orde is en dat de computer beschermd is tegen hacken.

Stap 5: Privacy Impact Assessment (PIA)

Hiermee breng je in beeld wat de gevolgen zijn van het verzamelen van persoonsgegevens voor de personen zelf. Dit is afhankelijk van wat met de gegevens gedaan wordt. Wanneer de gegevens verzameld worden voor het versturen van de contributiebrief of een nieuwsbrief is het effect dat mensen lid blijven van de organisatie of dat ze geïnformeerd zijn over de organisatie. Niet voor alle bestanden met persoonsgegevens hoeft daarom een PIA gedaan te worden. Alleen wanneer:

  • Met de persoonsgegevens systematisch persoonlijke aspecten worden geëvalueerd (profiling)
  • Op grote schaal bijzondere gegevens worden verwerkt (zie stap 1)
  • Personen gevolgd worden in publieke ruimte (b.v. door camera toezicht)

Voor de meeste vrijwilligersorganisaties is een formele PIA niet nodig. Vooral niet als alleen contactgegevens verzameld worden en geen persoonskenmerken.

Stap 6: Vrijwilligers informeren of opleiden

Informeer je vrijwilligers over alle AVG-regels. Organiseer een korte training of zet de regels op papier en laat deze ondertekenen zodat iedereen zich ook aan deze regels houdt. Een vrijwilliger die een map laat slingeren of die persoonlijke informatie doorgeeft, hoe goed bedoeld ook, veroorzaakt een datalek. Het lekken van data is strafbaar en kan (hoge) boetes opleveren!

Stap 7: Procedure opstellen voor het melden van datalekken

Elke organisatie die persoonsgegevens opslaat, is verplicht datalekken te melden binnen 72 uur na ontdekking. Om dit zorgvuldig te doen is het handig vooraf procedures af te spreken. Hierin staat:

  • Wat een datalek is;
    We spreken van een datalek als persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen toegang tot die gegevens zouden mogen hebben. Een datalek is het gevolg van een beveiligingsprobleem. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om uitgelekte computerbestanden, een rondslingerende geprinte ledenlijst of cliëntgegevens.
    Andere voorbeelden zijn cyberaanvallen, verkeerd verzonden e-mail, gestolen laptops, afgedankte niet-schoongemaakte computers en verloren usb-sticks.
  • Bij wie in de organisatie een datalek gemeld moet worden;
  • Wie binnen de organisatie nog meer geïnformeerd moet worden;
  • Wie checkt wat er gelekt is;
  • Hoe in kaart gebracht wordt wat de gevolgen zijn voor de personen van wie de persoonsgegevens gelekt zijn;
  • Welke gegevens nodig zijn voor de melding. De melding moet in ieder geval bestaan uit:
    • de aard van de inbreuk;
    • de instanties of persoon waar meer informatie over de inbreuk kan worden verkregen;
    • de aanbevolen maatregelen om de negatieve gevolgen van de inbreuk te beperken;
    • een beschrijving van de geconstateerde en de vermoedelijke gevolgen van de inbreuk voor de verwerking van persoonsgegevens;
    • de maatregelen die de organisatie heeft genomen of voorstelt te nemen om deze gevolgen te verhelpen.
  • Wie de melding doet bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Meldingen kunnen digitaal gedaan worden bij het meldloket van de Autoriteit Persoonsgegevens: http://datalekken.autoriteitpersoonsgegevens.nl

Wie controleert?

In Nederland controleert de Autoriteit Persoonsgegevens of organisaties voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De Autoriteit Persoonsgegevens kan ook boetes opleggen wanneer na waarschuwingen een organisatie het beleid rond bescherming persoonsgegevens niet verbetert.

 

Collectieve verzekering voor vrijwilligers goed geregeld via INZET078!

Collectieve verzekering voor vrijwilligers

Doe je vrijwilligerswerk in Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht of Zwijndrecht? Dan ben je automatisch verzekerd via de collectieve vrijwilligersverzekering die deze gemeenten hebben afgesloten.

Heb je tijdens je vrijwilligerswerk een ongeval gehad, schade gemaakt of opgelopen of heb je rechtsbijstand nodig? Raadpleeg dan eerst je eigen verzekering of die van de organisatie waarvoor je werkt.

Is er geen of onvoldoende dekking? Vul dan het  schadeformulier in. Je kunt het formulier uitprinten en invullen. Hierna kun je het opsturen naar:

MEE Plus
t.a.v. INZET078!
Postbus 3016
3301 AD Dordrecht

of inscannen en mailen naar info@inzet078.nl

Je kunt het formulier ook telefonisch opvragen: (078) 206 30 02.

INZET078! Is het eerste aanspreekpunt voor vragen over verzekeringen en doet de eerste beoordeling van de ingediende claims. Kijk voor meer informatie in de brochure over de vrijwilligersverzekering. Je kunt de brochure hieronder downloaden.

brochure vrijwilligersverzekering 

Corona: tips vrijwilligerswerk binnen de anderhalve meter samenleving.

Corona: tips vrijwilligerswerk binnen de anderhalve meter samenleving.

 

1 Wat mag er wel en wat niet? Raadpleeg de meest actuele en betrouwbare informatie.
Regels zoals die gelden de veiligheidregio Zuid Holland Zuid:  zhzveilig.nl en hier:
https://www.zhzveilig.nl/algemeen/veelgestelde-vragen-noodverordening/ De vragen staan gerangschikt op trefwoorden als sport/ recreatie/ horeca enz Bellen met de veiligheidsregio kan ook: tel 088 636 5000
Regels met betrekking tot hygiëne en infectiepreventie vind je hier; https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/vragen-antwoorden

2 Keep it simpel: Handen wassen en afstand houden!
Goede handhygiëne en het bewaren van de anderhalve meter afstand is de basis van alles. Heb je dat goed geregeld, dan ben je er eigenlijk al en zijn zaken als mondkapjes, spatschermen en handschoenen niet nodig. (Uiteraard met uitzondering van uitzonderlijke situaties)

3 Hou vol en durf aan te spreken:
Regels opstellen en afspraken maken is niet zo moeilijk, de regels volhouden is lastiger. Daarom: Schrijf de regels en afspraken op en deel deze met je vrijwilligers en bezoekers. (Mail het, hang het ze aan de muur, leg flyers neer voor bezoekers, post ze op facebook etc) en vooral: DURF ELKAAR EROP AAN TE SPREKEN. Voel je geen zeur als je iemand voor de zoveelste keer vraagt afstand te houden of handen te wassen.

4 Bied perspectief en inspraak:
Geef je vrijwilligers perspectief door iets leuks in het vooruitzicht te stellen. Plan bijvoorbeeld een kick off bijeenkomst met je vrijwilligers zodra dit weer kan en mag. Ga met z’n alleen het clubhuis, kantoor, of jullie gezamenlijke ruimte te lijf en schrob, boen, richt in op anderhalve meter, maak gezellig en sluit feestelijk af met koffie en een taartje. Nodig vrijwilligers nu al uit zodat er wat is om naar uit te kijken. Betrek je vrijwilligers bij het nadenken over de nieuwe inrichting, regels en afspraken. Vraag hen vooraf hun ideeën op papier te zetten en mee te nemen naar de bijeenkomst. Zo vergroot je het draagvlak, waardeer je je vrijwilligers en creëer je nog meer verbinding.

5 Test of het werkt:
Test het protocol vooraf met je vrijwilligers. Probeer uit of looproutes werken, oefen met een nieuwe werkwijze enz. Zo kom je niet voor verassingen te staan en betrek je de vrijwilligers nog beter.

6 Train jezelf en je vrijwilligers:
Nu is de tijd om je vrijwilligers bij te scholen met (online) trainingen. Wij hebben alvast een paar interessante trainingen voor vrijwilligers en voor vrijwilligerscoördinatoren geselecteerd.
Bezoekers en cliënten kunnen soms moeite hebben met nieuwe corona-regels. Overweeg een training omgaan met ongewenst gedrag voor jezelf en/of voor je vrijwilligers. Bel of mail ons voor meer informatie over deze training.

7 Hou contact met elkaar!
Om verbinding te houden met je vrijwilligers kun je regelmatig bellen, mailen of appen. Je kunt ook een whatsapp groep opstarten, een kleine attentie of een leuk kaartje toesturen of een digitaal koffie-uurtje via een online meeting organiseren. TIP: bij INZET078! kun je gratis leuke bedank-ansichtkaarten bestellen voor vrijwilligers. Interesse? stuur een mailtje naar info@inzet078.nl o.v.v. bezorgadres en geef aan hoeveel stuks je nodig hebt. Heb je hulp nodig met een online meeting organiseren? wij helpen je graag!

 

 

 

 

 

 

 

Corona: Veelgestelde vragen en antwoorden mbt infectiepreventie

Corona: Veelgestelde vragen en antwoorden mbt infectiepreventie

(met dank aan GGD Amsterdam)

Wat is de basis van goede infectiepreventie?

Goede handhygiëne en het bewaren van de anderhalve meter afstand.

Wanneer spreek je van goede handhygiëne:

  •  In elk geval altijd als je van buiten op straat ergens binnenkomt. En altijd voor het eten of drinken. En na toiletgang. Af en toe tussendoor kan ook geen kwaad
  • gebruik water en zeep! Desinfecterende handgel is minder effectief.
  • Was minimaal 20 seconden, dat is net zo lang als 2x happy birthday zingen, vergeet niet tussen de vingers en de vingertoppen te wassen.
  • Draag geen ringen

Waaraan moet je denken bij anderhalve meter afstand houden?

  • Hou niet alleen rekening met het aantal vierkante meters waarover een ruimte beschikt maar denk ook aan looproutes en knelpunten waar mensen elkaar kruisen. Misschien passen er (met in acht neming van anderhalve m afstand) 30 mensen in de ruimte, maar is het toch verstandiger om er maar 20 toe te laten ivm deze knelpunten.
  • Schrijf de regels en afspraken op en deel deze met je vrijwilligers en bezoekers/cliënten.
  • Herhaling is belangrijk! Herinner zeker in het begin regelmatig aan de regels en afspraken.
  • DURF ELKAAR AAN TE SPREKEN. Voel je geen zeurpiet als je mensen erop wijst dat ze hun handen niet hebben gewassen of niet voldoende afstand houden.
  • Afspraken slijten dus hou de regels en werkafspraken zo eenvoudig mogelijk zodat ze lang zijn vol te houden.

Zijn mondkapjes nodig?

  • Zelfgemaakte stoffen mondkapjes of wegwerpmondkapjes helpen voor een groot deel (maar niet helemaal)voorkomen dat jijzelf een ander besmet. MITS ZE GOED GEBRUIKT WORDEN!
  • Bij verkeerd gebruik zijn mondkapjes juist een bron van besmetting. Bovendien geven ze een gevoel van veiligheid waardoor mensen minder geneigd zijn afstand te houden en handen te wassen. Om die reden wordt gebruik van mondkapjes toch afgeraden.

Wanneer dan toch een mondkapje op?

  • Als anderhalve meter afstand echt niet mogelijk is.
  • Als je werkt met kwetsbare doelgroep en anderhalve meter lastig vol te houden is.
  • Als het verplicht is binnen de instelling waar je werkt.

Hoe gebruik je mondkapjes veilig?

  • Houdt het mondkapje nooit langer dan 3 uur op. Na max. 3 uur wisselen!
  • Als je merkt dat het mondkapje vochtig wordt door je adem is het niet meer veilig.
  • Ga niet schuiven met het mondkapje, dus niet afzetten als je moet eten, drinken of praten.
  • Raak het mondkapje zo min mogelijk aan met je vingers.
  • Bewaar vieze mondkapjes in een afgesloten plastic zakje of gooi het weg in een afgesloten vuilnisbak
  • Was het mondkapje op 60 graden

Dragen handschoenen bij aan de veiligheid van vrijwilligers en cliënten/bezoekers?

  • Nee tenzij je ze zeer vaak wisselt en veilig wegwerpt. Het virus hecht zich net zo makkelijk aan een handschoen als aan de blote handen.

Hoeveel nut hebben spatschermen?

  • Niet zo heel veel tenzij de spatschermen heel fors zijn. Bij krachtig niezen of hoesten vliegen de fijne druppeltjes er makkelijk langs. Anderhalve meter afstand en goede handhygiëne (en natuurlijk niezen en hoesten in de elleboog) zijn effectiever dan spatschermen.
  • Uitzonderingen waarbij spatscherm wel handig is: als er heel veel mensen op dichte afstand langs je vrijwilliger komen bv kaartjes knippen/ingangscontrole/bardiensten/kassawerkzaamheden etc.

Is het zinvol om het buurthuis, de clubruimte etc grondig schoon te maken?

  • Ja! met een gewoon sopje of wegwerpschoonmaakdoekjes. Desinfecteren met alcohol of andere anti-bacteriële middelen is niet nodig. Op een drukke dag als er veel mensen in de ruimte zijn of er veel bezoekbewegingen zijn zou je eigenlijk minstens drie x per dag contactoppervlakten moeten schoonmaken. Denk aan deurkrukken, lichtknopjes, trapleuningen etc.

Veel vrijwilligers reiken kopjes koffie/thee uit aan cliënten of bezoekers. Hoe gaan we daarmee om?

  • Wegwerpservies is niet nodig!
  • Wel voor het uitreiken handen wassen! En na het opruimen/ inruimen vaatwasser/ afwassen in een sopje opnieuw goed handenwassen en tussendoor niet het gezicht aanraken
  • Uitreiken: niet aangeven maar neerzetten op een tafel of met bv een karretje langsrijden en mensen het kopje zelf laten pakken.

Hoe gaan we om met vervoer van mensen in een busje?

  • Hou anderhalve meter afstand
  • Vooraf en achteraf handen wassen, zowel vrijwilliger als cliënt.
  • Vluchtig contact op minder dan anderhalve meter, bijvoorbeeld bij het helpen instappen mag. Mits goede handhygiëne vooraf en achteraf
  • Check van te voren bij je cliënten of ze klachten hebben (niezen, hoesten, loopneus, koorts) en durf nee te zeggen als er wel klachten zijn. Verwijs naar protocol of regels, zorg dat je cliënten deze regels ook kennen. Bij twijfel niet doen!

Mag een vrijwilliger een rolstoel duwen?

  • De regels van de instelling waar de cliënt woont zijn altijd leidend!
  • In alle andere omstandigheden, ja dat kan, mits er vooraf en achteraf goede handhygiëne wordt toegepast zowel bij vrijwilliger als bij cliënt

Mits vooraf goed is uitgevraagd of er geen klachten zijn (niezen, hoesten, loopneus, koorts) en durf nee te zeggen als er wel klachten zijn. Verwijs naar protocol of regels, zorg dat je cliënten deze regels ook kennen. Bij twijfel niet doen!

Is zwemmen veilig?

  • In principe is zwemmen niet onveiliger dan elke andere sport. Het virus kun je niet drinken of via water binnenkrijgen. Denk wel aan anderhalve meter maatregelen en handhygiëne!

Is contant geld veilig?

  • Zorg dat je je handen goed wast nadat je boodschappen hebt gedaan of met contant geld in aanraking bent geweest
  • De knopjes van een pinautomaat zijn net zo onveilig als geld en dat geldt ook voor de hendels en pompjes van de desinfecteerflesjes en automaten die je bij veel winkels ziet.
  • Alleen contactloos pinnen is veiliger

Is vrijwilligerswerk voor kwetsbare doelgroepen verantwoord?

  • Dat is voor iedereen verschillend. Kijk goed naar wat de vrijwilliger zelf wil. Vrijwilligerswerk waarbij veel contactmomenten met andere mensen zijn wordt sterk afgeraden. Probeer alternatieve werkzaamheden voor hen te vinden waarbij geen of weinig contact is met andere mensen.

Kan een vrijwilliger tuin- en klusgereedschap van een bewoner gebruiken of kunnen ze gereedschap delen?

  • Ja mits vooraf en achteraf goede handhygiëne.

Is zingen in een koor extra gevaarlijk?

  • Er is een aantal uitbraken bij diverse koren. We weten niet hoe dit komt. Voorlopig wordt zingen in een koor afgeraden ook als dat op anderhalve meter afstand van elkaar kan.

Kunnen vrijwilligers huisbezoeken doen?

  • Ja, mits er vooraf en achteraf alle regels voor goede handhygiëne worden opgevolgd door  vrijwilliger én alle te bezoeken gezinsleden en met in acht neming van de anderhalve meter afstand!
  • Let wel: je weet niet hoe gezinsleden omgaan met hygiëne, je hebt er vaak geen zicht op. Huisbezoek dus alleen als dat absoluut noodzakelijk is.
  • Alternatieven als (beeld)bellen, deurbezoeken of wandelingen (niet meer dan 2 personen en op anderhalve meter afstand van elkaar)

 

Fluitend naar je vrijwilligerswerk

Fluitend naar je vrijwilligerswerk

Door: Lucas Meijs, Hoogleraar Strategische Filantropie en Vrijwilligerswerk aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit.

Hoe gaat het met vrijwilligerswerk in Nederland? Goed meent hoogleraar Lucas Meijs. Nederlanders zijn nog steeds bezield en bereid om als vrijwilliger aan de slag te gaan. Maar dat vraagt wel om nieuwe en flexibele vormen van organiseren en faciliteren.

“We zouden eens moeten stoppen met mopperen”, antwoordt Meijs op de vraag wat er beter kan in vrijwilligerswerk. “Iedere groep moppert wel op een andere groep. Zelf maakte ik dat mee bij mijn scoutingclub, waar we een verbouwing bespraken. We hadden het voortdurend over ouders die niet geholpen hebben, in plaats van dat we iedereen oprecht bedankten die wel had meegedaan.

Ook zouden we moeten stoppen met ons zorgen maken over aantallen. Er is veel vrijwillige energie. De vraag is vooral hoe wij die meer kunnen benutten en mensen kunnen uitdagen om mee te doen. Dat kunnen we alleen door goed aan te sluiten bij ieders voorkeuren van bereidheid, beschikbaarheid en bekwaamheid. Dat betekent: in gesprek gaan en goed luisteren. Waar worden zij gelukkig van? Wat hebben zij nodig om hun bekwaamheid te willen geven?

Hoe ga ik dat als organisatie faciliteren? Dat zit in kleine dingen. Als een vrijwilliger aangeeft dat hij om 9.15 kan beginnen, waarom wordt hij dan toch om 9.00 uur ingedeeld? Wat we nodig hebben zijn managers die goed inspelen op de verschillende manieren waarop mensen hun vrijwillige energie aanbieden.

Toch zijn er twee sectoren waar het vrijwilliger-zijn pijn doet, waar het heel belastend is. Een is de thuiszorg. Dat is niet omdat mensen niet willen. Er zijn heel veel vrijwilligers actief. Maar er is zo veel vraag en die blijft maar toenemen, door vergrijzing en door politieke keuzes om de zorg te vermaatschappelijken.

De andere pijnplek vormen de besturen van verenigingen. Daar wordt het werk vaak op de traditionele manier ingericht. Zoals ik 30 jaar terug op de fiets naar een kerkzaaltje reed waar we vergaderden, papieren kopieerden en deze per fiets rondbrachten, door weer en wind. Daar kun je nu nog voor kiezen, maar dat lukt alleen als je mensen vindt die het op die manier willen doen. Het is vrijwilligerswerk dat vaak veel tijd en energie ‘kost’ en weinig ‘oplevert’. Een andere manier is om optimaal gebruik te maken van eigentijdse – vaak tijdbesparende – middelen, zoals social media en app-groepen. Dan ben je minder plaats- en tijdgebonden en het werk kost veel minder moeite en heeft vaak meer effect. Daarvoor moet je je oude vertrouwde manier durven loslaten.

Misschien speelt voor sommige mensen wel het idee mee, dat vrijwilligerswerk een soort opoffering is, een burgerplicht die veel tijd moet kosten en weinig mag opleveren. Nee hoor! Vrijwilligerswerk kan heel leuk zijn en kan heel veel voldoening geven. Fluitend naar je vrijwilligerswerk.

Ook bij jonge mensen is genoeg vrijwillige energie, maar we moeten snappen en toelaten dat ze het op andere manieren willen doen. En wees blij met wat ze doen. Als ze hun maatschappelijk stage hebben gedaan of voor de kerk kerststukjes hebben rondgebracht en ze willen dan even niet: oké! Laat maar weten hoe en wanneer je het wel weer wilt doen. Goed luisteren dus, om steeds de goed match te maken”.

Bron: Vandaagmagazine.nl Lente 2018

Het lastige gesprek: hoe geef je positieve feedback?

Positief feedback geven.

Letterlijk zou je het woord feedback kunnen vertalen met ‘het teruggeven van voeding’. Zo is feedback ook bedoeld: Je bespreekt iemands functioneren op een positieve manier zodanig dat die persoon ervan kan groeien.

Ook in vrijwilligerswerk is het belangrijk elkaar feedback te geven. Meestal is het de vrijwilligerscoördinator die de vrijwilligers feedback geeft. Bijvoorbeeld tijdens een voortgangsgesprek of als er klachten zijn over iemands functioneren. Maar wist je dat het ook heel goed werkt als je feedback geeft over positieve zaken en dat het ook heel krachtig kan zijn als vrijwilligers elkaar of de vrijwilligerscoördinator feedback geven? Van positieve feedback groeit iedereen, ook je organisatie!

Tips voor het geven van positieve feedback:

De belangrijkste tip: Geef elkaar vooral feedback op situaties die goed gingen. Dat gaat verder dan het geven van een complimentje: vertel ook waarom je iets goed vond gaan en vertel bijvoorbeeld wat jij en anderen daarvan kunnen leren of hoe de organisatie hier beter van is geworden.

Veel moeilijker is het om feedback te geven over negatieve situaties. Daarom hieronder tips om ook zo’n lastig gesprek goed te laten verlopen:

Vooraf

Zorg voor een rustige plek waar anderen niet mee kunnen luisteren. Stel de ander op zijn gemak en zorg voor een ontspannen sfeer. Dat kan met een bakje koffie of thee, een grapje als ‘ijsbrekertje’ maar ook door meteen helder en eerlijk aan te kondigen dat je een lastige kwestie wilt bespreken. Spreek de verwachting uit dat -ongeacht de uitkomst- jullie beiden straks met een goed gevoel uit het gesprek komen. Zorg ook voor een goede timing. Wacht tot de gemoederen iets bedaard zijn, geef ook jezelf die tijd. Wacht ook niet te lang. Terugkomen op iets wat vier maanden geleden is gebeurd, heeft niet veel nut meer.

Fase 1: Hou het nog even bij de feiten:

Geef aan welke concrete situatie zich heeft voorgedaan en wanneer het voorval plaatsvond. Vertel ook wat de concrete gevolgen hiervan zijn. Hou het strikt bij de feiten. Geef de ander de kans hierop te reageren. Moedig de ander aan zich ook bij de feiten te houden. Bied in deze fase vooral een luisterend oor. Vat samen wat de ander heeft gezegd en oordeel niet. Houdt deze fase kort. Voorkom de situatie waarin jullie verzanden in een discussie over wat er nu precies is gebeurd (‘En toen zei jij dit en toen zei ik dat…’)

Fase 2: Geef ruimte voor gevoelens:

Vertel vervolgens vanuit je ‘eigen ik’ wat je ervan vindt en welke gevoelens dat bij jou opriep. Het komt minder aanvallend over als je ‘ik vind’ in plaats van ‘wij vinden’ zegt. Vermijd de woorden ‘altijd’ en ‘nooit’ en probeer geen verwijten te maken.
Geef de ander tijd om te reageren en nodig de ander uit om ook te vertellen welke gevoelens dit opriep. In deze fase is juist wel ruimte voor emoties. Geef de ander het gevoel dat je dit serieus neemt door steeds samen te vatten wat je ziet, hoort en begrijpt en oordeel niet.

Fase 3: Geef elkaar Feedback

Geef zowel positieve als negatieve feedback. Vertel wat je goed vindt gaan, maar ook waar het volgens jou beter kan. Probeer hierin een balans te vinden en benadruk dat je blij bent met de inzet van de ander. Vraag ook de ander dit te doen.
Iedereen zet zich binnen een vrijwilligersorganisatie in met de eigen competenties en hart voor de organisatie maar iedereen heeft ook tekortkomingen. Praat vooral over gedrag wat veranderbaar is en niet over tekortkomingen.

Fase 4: Oplossingen

Vraag de ander welke oplossingen hij ziet en vertel welke oplossingen jij ziet. Neem de oplossingen van de ander serieus, ook als je het er niet mee eens bent. Noteer eventueel de oplossingen en lees het beiden na.

Fase 5: Samenvatten, conclusies trekken, strategie bepalen

Probeer samen tot een conclusie te komen door kort samen te vatten wat er is gebeurd, wat de gevolgen daarvan zijn, welke oplossingen jullie beiden hebben aangedragen en hoe jullie die uit gaan voeren. Welke oplossing is haalbaar en welke niet? Overweeg elke oplossing even serieus maar durf ook realistisch en duidelijk te zijn. Probeer daarbij tot een gezamenlijke strategie te komen door praktische en duidelijke afspraken te maken. Schrijf deze desnoods op.

Fase 6: evalueren en leren

Bespreek vooral hoe jullie beiden hiervan kunnen leren en hoe de organisatie als geheel hierdoor verder kan groeien. Zo geef je een positieve draai aan het gesprek. Sluit af door een vervolgafspraak te maken om te evalueren hoe het is gegaan en of de gekozen oplossingen ook hebben gewerkt.

 

 

Maatschappelijk betrokken ondernemen

Maatschappelijk betrokken ondernemen

Steeds meer bedrijven willen investeren in de samenleving door maatschappelijke (vrijwillige) inzet van hun medewerkers. Het is een moderne manier om een organisatie te sponsoren door middel van vrijwillige inzet van medewerkers of het aanbieden van hun kennis.

In ruil voor een positieve gezamenlijke ervaring helpen bedrijven non-profitorganisaties bij activiteiten of ondersteuning in projecten.  Voor beide partijen zijn er veel voordelen:

  • Een grotere klus of activiteit kan worden opgepakt, die anders niet of niet goed mogelijk was.
  • De activiteit kan een mooie ingang zijn om nieuwe vrijwilligers te vinden (en misschien te binden).
  • Voor de werknemers van het bedrijf kan het verrijkend zijn en voldoening geven
  • Het bedrijf krijgt veel positieve aandacht en goodwill.
  • Sommige vormen van vrijwillige inzet zijn zeer geschikt als teambuildingsactiviteit of teamuitje.

Voorbeelden van inzet

  • Organiseren van een spel- of sportdagdeel
  • Opknappen van tuinen of ruimtes
  • Ondersteuning bieden bij beleid, PR/Communicatie of projectontwikkeling
  • Uitvoeren van een wijkactiviteit of buurtinitiatief
  • Het leveren van goederen of diensten aan non-profitorganisaties in ruil voor een leuke tegenprestatie.
  • Meedraaien met een activiteitendag (NL Doet, Burendag bijvoorbeeld)
  • Een uitstapje organiseren en begeleiden voor een doelgroep

Meedoen?

Wil jij ook maatschappelijk betrokken ondernemen? Neem contact op met onze partnerorganisaties Stichting Maatschappelijk Betrokken Ondernemen Dordrecht  en Stichting Anders.

Model Vrijwilligersovereenkomst

De vrijwilligersovereenkomst

een vrijwilligersovereenkomst is niet verplicht, maar voor de meeste organisaties wel aan te raden, omdat het duidelijkheid schept. In een vrijwilligersovereenkomst staan alle afspraken die vrijwilligers en de organisatie onderling maken. Een goede overeenkomst bevat in ieder geval de volgende onderwerpen:

  • Werkzaamheden
  • Begin en einde van de overeenkomst
  • Tijdsinvestering en werktijden
  • Begeleiding, informatie en scholing
  • Inspraak & medezeggenschap
  • Onkostenvergoeding
  • Verzekeringen
  • Conflicten
  • Vertrouwelijkheid (evt. geheimhouding)

Werk je zonder vrijwilligersovereenkomst, leg dan uit waarom. Zorg er in ieder geval voor dat de afspraken over bovenstaande onderwerpen zowel voor de vrijwilliger als voor de organisatie duidelijk zijn en ergens op papier staan.

Kijk hier voor een paar voorbeelden van vrijwilligersovereenkomsten. Je kunt deze voorbeelden downloaden en waar nodig aanpassen. 

 

 

 

 

Samenwerking vrijwilligers en vaste krachten

Samenwerking tussen vrijwilligers en vaste krachten

De inzet van vrijwilligers gaat in de meeste organisaties prima. Maar wanneer je ermee begint, kan het zijn dat vaste krachten nog moeten wennen aan de inzet van vrijwilligers. Of het kan zijn dat in de dagelijkse uitvoeringspraktijk er over en weer irritaties of onbegrip gaan ontstaan. Om dit te voorkomen hieronder 6 tips voor een goede samenwerking tussen vaste krachten en vrijwilligers.

1 Leg uit waarom vrijwilligers worden ingezet
Vaste krachten kunnen kritisch aankijken tegen de inzet van vrijwilligers in je organisatie. Het kan, zeker bij de introductie van vrijwilligerswerk, gezien worden als werk verdringing. Communiceer daarom goed dat je aan de slag gaat met vrijwilligers en wat daarvoor de beweegredenen zijn.

2 Beschrijf de werkzaamheden van vrijwilligers
Het is helder voor iedereen, vaste krachten en vrijwilligers, als je duidelijk beschrijft waar de inzet van vrijwilligers zich op richt en waarop niet. Ofwel, beschrijf wat er van de vrijwilligers wordt verwacht en wat niet. Zorg dat dit voor betrokkenen verifieerbaar is, bijvoorbeeld door het op intranet te plaatsen of in de werkprotocollen die worden geraadpleegd. Dit voorkomt misverstanden.

3 Laat vrijwilligers en vaste krachten kennis maken
Elkaar leren kennen verhoogt het onderlinge begrip. Zorg dat vaste krachten en de vrijwilligers van elkaars aanwezigheid en rol in de organisatie op de hoogte zijn. Dit kan tijdens een gezellig koffiemoment of een kennismakingsronde. Beperk de kennismaking tot de mensen waarmee hij of zij het meest contact zal hebben.

4 Deel kennis en ervaring
Zorg dat vrijwilligers goed inzetbaar zijn door ze goed te informeren over de uitvoering van hun werkzaamheden. Je kunt ook sessies organiseren om daarvoor kennis en ervaringen uit te wisselen. Dit verhoogt de effectieve inzet van vrijwilligers en tevredenheid over hun inzet.

5 Neem vrijwilligers mee in nieuwe ontwikkelingen
Organisaties zijn tegenwoordig bijna continu in beweging. Er verandert daardoor veel voor de vaste krachten. Maar ook kan daardoor het nodige veranderen voor vrijwilligers. Neem vrijwilligers in die ontwikkelingen mee en vraag naar hun ideeën daarover.

6 Evalueer de inzet van vrijwilligers
Het is zinvol om bijvoorbeeld eens per jaar het gesprek aan te gaan en de inzet van vrijwilligers te evalueren. Praat niet alleen over de vrijwilligers, maar organiseer een gesprek waar vaste krachten en vrijwilligers in vertegenwoordigd zijn. Bespreek de positieve en negatieve ervaringen en bespreek met elkaar waar mogelijkheden liggen voor verbeteringen. Laat daarna zien wat je met die suggesties gaat doen. Dit kun je ook periodiek ter sprake brengen in een werkoverleg.

 

 

 

Bron: vrijwilligeraanzet

Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)

VOG staat voor Verklaring Omtrent Gedrag. Instellingen die werken met kinderen of andere kwetsbare doelgroepen laten hun (vrijwillige) medewerkers een VOG aanvragen. Zo wordt gecheckt of iemand niet veroordeeld is voor een strafbaar feit. Doel is het risico op misbruik van de kwetsbare doelgroep verkleinen.

Het is veelal mogelijk een gratis VOG aan te vragen voor vrijwilligers.

Hier lees je meer over de deze regeling.

Vrijwilligersvergoeding

Vrijwilligerswerk is onbetaald. Wel kun je afspreken met de organisatie waarvoor je vrijwilligerswerk doet dat je onkosten worden vergoed.

Dat kan op twee manieren. Je kunt een vergoeding vragen voor de daadwerkelijk gemaakte onkosten (dan moet je wel een administratie bijhouden met bonnetjes).

Je kunt ook gebruik maken van de vrijwilligersregeling waarbij je een vaste vergoeding krijgt zonder dat je een administratie bij hoeft te houden. Het vaste bedrag dat je ontvangt mag niet hoger zijn dan 170 euro per maand en 1700 euro per maand.  Lees hier meer over de vrijwilligersregeling. 

Vrijwilligerswerk en uitkering

Vrijwilligerswerk en een uitkering

Als je een uitkering hebt, mag je in principe gewoon vrijwilligerswerk doen. Maar er zijn wel altijd voorwaarden.

Hieronder lees je de belangrijkste voorwaarden. Let op! Per uitkerende instantie kunnen er ook nog andere regels gelden. Bespreek daarom altijd goed van te voren met je uitkerende instantie welk vrijwilligerswerk je wilt gaan doen en vraag na of er nog aparte regels gelden in jouw situatie.

  • Meldplicht: meld altijd vooraf bij de uitkerende instantie dat je vrijwilligerswerk gaat doen.
  • Vergoeding: Vrijwilligerswerk is onbetaald. Wel kun je afspreken met de organisatie waarvoor je vrijwilligerswerk doet dat je onkosten worden vergoed. Dat kan op twee manieren. Je kunt een vergoeding vragen voor de daadwerkelijk gemaakte onkosten (dan moet je wel een administratie bijhouden met bonnetjes). Je kunt ook gebruik maken van de vrijwilligersregeling waarbij je een vaste vergoeding krijgt zonder dat je een administratie bij hoeft te houden. Het vaste bedrag dat je ontvangt mag niet hoger zijn dan 170 euro per maand en 1700 euro per jaar. In principe mogen ook uitkeringsgerechtigden deze onkostenvergoeding ontvangen, met uitzondering van jongeren onder de 27 jaar met een bijstandsuitkering.  Lees hier meer over de vrijwilligersregeling. 
  • Bonus: Als je een bijstandsuitkering hebt, kun je in bepaalde gevallen in aanmerking komen voor een jaarlijkse bonus van 250 euro. Je kunt deze bonus zelf aanvragen bij de Sociale Dienst Drechtsteden. Meer over vrijwilligerswerk en de bijstand lees hier op de website van de Sociale Dienst Drechtsteden
  • Geen winst. Het vrijwilligerswerk mag alleen worden gedaan bij organisaties van algemeen nut, zonder winstoogmerk, die geen vennootschapsbelasting betalen.
  • Geen verdringing van betaalde arbeid: Dat betekent dat er een jaar lang geen betaalde medewerker de werkzaamheden (die nu vrijwillig worden aangeboden) heeft uitgevoerd en er ook geen vacature is geweest voor een betaald medewerker.

Handige links over dit onderwerp:

 

 

 

 

Nieuwsbrief

Meld je hier aan voor de nieuwsbrief

Contact

Voor vragen kan je altijd contact opnemen met INZET078!

 

Participanten