Kennisbank

Categorieën:
  • Alle categorieën
  • Diversen
  • Informatie voor organisaties
  • Informatie voor vrijwilligers
  • Nieuws
  • Projecten

ANBI en SBBI

Wat is een ANBI?

ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Een ANBI draagt op de een of andere wijze bij aan het algemeen nut. Het kan een goed doel zijn, een kerk of organisatie met een bepaalde levensbeschouwing. Het kan ook een culturele of een wetenschappelijke instelling zijn.

De Belastingdienst stelt voorwaarden aan een organisatie die een ANBI wil zijn. Een organisatie die daaraan voldoet, krijgt de ANBI-status. Dat is aantrekkelijk voor donateurs omdat giften aan een ANBI belastingvoordeel kunnen opleveren. Dit geldt zowel voor losse giften via de giftenaftrek als via periodieke giften. Een ANBI zelf betaalt geen erf- of schenkbelasting.

Een ANBI moet 90 procent van haar inzet richten op het algemeen belang. Ze mag niet bedoeld zijn om winst te maken en moet voldoen aan eisen van integriteit. De leiding of het bestuur mag niet over het vermogen beslissen alsof het privévermogen is. Een ANBI mag ook niet teveel vermogen hebben. Voor onkostenvergoedingen zijn er strikte regels. En een beleidsplan is verplicht. Kosten en bestedingen moeten redelijk in evenwicht zijn.

Kijkt u op de website van de Belastingdienst voor meer en de meest actuele informatie. Wilt u weten welke organisatie een ANBI status heeft klik dan op de volgende link http://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/anbi_zoeken/

Wat is een SBBI?

SBBI betekent Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI). Uw organisatie is een SBBI als uw organisatie op de eerste plaats de individuele belangen van uw leden of een kleine doelgroep behartigt, maar ook een maatschappelijke waarde heeft. Dat is zo als de activiteiten van uw organisatie bijdragen aan: de individuele ontplooiing van uw leden / de samenhang van de samenleving / een gezondere samenleving.  Ook deze organisaties kunnen gebruikmaken van een belastingvoordeel en hoeven geen schenk- of erfbelasting te betalen over schenkingen of erfenissen die zij ontvangen.

Meer uitgebreide informatie leest u op de site van de belastingdienst. Wilt u weten welke organisatie een ANBI status heeft klik dan op de volgende link

 

AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming 7-stappenplan

AVG in 7 stappen

Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing voor alle organisaties die gegevens van personen (persoonsgegevens) in een bestand bewaren. Deze organisaties moeten zich aan de regels in deze nieuwe verordening houden. Dat geldt zowel voor het bewaren in digitale bestanden als in mappen op een plank. Ook deze laatste moeten voortaan veilig worden op geborgen zonder dat vreemden daar bij kunnen. Met onderstaande zeven stappen maak je jouw organisatie AVG-bestendig!

Stap 1: Ga waarom, hoe en wat na

Ga na welke persoonsgegeven worden verzameld en waar die worden bewaard. In de nieuwe AVG zijn ook vrijwilligersorganisaties verplicht te inventariseren wat ze vastleggen én te registreren welke persoonsgegevens ze hoe vastleggen. Ook moeten ze bedenken of dat wat ze opslaan wel functioneel is;  waarom leggen ze welke gegevens vast. Dit houdt in dat je alleen persoonsgegevens vastlegt die je nodig hebt en dat je ze alleen gebruikt waarvoor je ze verzamelt.

Denk bijvoorbeeld aan de voetbalvereniging die standaardadressen (straatnaam, postcode, huisnummer) van de leden in een bestand bewaard terwijl alle communicatie per telefoon, sociale media en digitale nieuwsbrief gaat. Deze clubs hoeven helemaal geen straat en huisnummer te bewaren. Het zal even wennen zijn maar hoe minder informatie er over personen bewaard wordt, hoe moeilijker gegevens herleidbaar zijn naar een persoon en hoe minder kans op schending van de privacy.

Stap 2: Laat weten wat je bewaart

Onveranderd maar wel van belang is dat betrokkenen toestemming geven voor het gebruik van hun persoonsgegevens. Alleen wanneer daar een dringende reden van algemeen belang of wetgeving voor is, kunnen persoonsgegevens zonder toestemming worden opgeslagen. Nieuw is dat de betrokkenen moet weten dat zijn persoonsgegevens worden verwerkt en met welk doel. Zijn hebben het recht hun gegevens in te zien en aan te (laten) passen . Bij verenigingen is helder dat persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor het lidmaatschap en om deel te nemen aan de activiteiten. Dit laatste geldt ook voor deelname aan activiteiten van een stichting.

Pas op met bijzondere persoonsgegevens

Verwerken van bijzondere persoonsgegevens is verboden, tenzij hiervoor een wettelijke uitzondering is of de persoon daar uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. Dit zijn persoonsgegevens van gevoelige aard zoals godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, lidmaatschap van een vakvereniging of politieke partij, strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd verbod naar aanleiding van dat gedrag, genetische en biometrische kenmerken. Onder deze laatste vallen vingerafdrukken, stem, handschrift, geometrie van de handomtrek en scans van netvlies, iris en gelaat.

Ook medische informatie, bijvoorbeeld over diabetes of allergieën, mag je alleen opslaan als er een wettelijke uitzondering is. Organisaties hebben nu de neiging deze informatie automatisch op te slaan in een bestand. Dat is niet langer toegestaan. Deze informatie moet dus iedere keer gevraagd voor activiteiten waarbij dat van belang is.

Stap 3: Vastleggen hoe de organisatie met de data omgaat

Organisaties hebben een verantwoordingsplicht in de nieuwe AVG. Dat betekent dat organisaties vastleggen wie verantwoordelijk is voor de data, aan wie informatie wordt verstrekten ook op welke computer deze wordt opgeslagen en op welke wijze deze wordt beschermt tegen virussen en hacken.

Niet onbelangrijk; zorg dat de data maar op één computer of één systeem staan. Verspreiding van data over verschillende computers of systemen zonder dat dat is vastgelegd kan uitgelegd worden als datalekken. Er moeten procedures worden opgesteld om personen toegang te geven tot de informatie. Met externe gebruikers van de bestanden, zoals drukkers, verspreiders van de nieuwsbrieven en bijvoorbeeld de koepelorganisatie, moeten overeenkomsten worden opgesteld voor het gebruik van gegevens; de zogenoemde verwerkersovereenkomst. In deze overeenkomsten moeten bijvoorbeeld ook afspraken gemaakt worden over het vernietigen van de gegevens na gebruik. Ook wanneer het om de koepelorganisatie gaat, moeten afspraken gemaakt worden over het gebruik van de bestanden. De organisaties maken immers afspraken met de leden over het zorgvuldig bewaren van hun gegevens en daar kan een organisatie op aangesproken worden.

Stap 4: Stel zo nodig een functionaris voor de gegevensbescherming (FG) aan

Dit is niet verplicht voor alle organisaties. Wel voor overheids- en publieke organisaties, organisaties die persoonsgegevens analyseren (profiling) en wanneer bijzondere persoonsgegevens worden opgeslagen. Voor organisaties waarvoor een FG niet verplicht is, kan het wel handig zijn een FG aan te stellen. De FG is de centrale persoon die alle persoonsgegevens van de club beheert. Deze FG heeft zeggenschap over de bestanden en legt verantwoording af aan de verantwoordelijke beheerder, meestal het bestuur. Deze persoon beslist in opdracht van het bestuur over hoe bestanden worden opgeslagen en de procedure voor het beschikbaar stellen van de gegevens. Ook bestuursleden kunnen alleen via van tevoren vastgelegde procedures gegevens gebruiken. De FG zorgt er ook voor dat de virusscan op orde is en dat de computer beschermd is tegen hacken.

Voor organisaties die verplicht een Functionaris Gegevensbescherming (FG) moeten aanstellen heeft deze formeel de volgende verplichting:

  • FG’s mogen alleen handelen in opdracht van de verantwoordelijke;
  • FG’s worden verplicht een overzicht bij te houden van alle categorieën persoonsgegevens die zij verwerken in opdracht van en verantwoordelijke;
  • FG’s moeten passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen nemen die een passend beschermingsniveau bieden met het oog op het risico van de gegevensverwerking voor betrokkenen. FG’s moeten uitgebreide kennis hebben omtrent hun informatiesystemen en de typen data die zij verwerken (is er sprake van bijzondere persoonsgegevens?);
  • FG’s mogen geen sub-FG’s inschakelen zonder toestemming van de verantwoordelijke, wanneer sub-FG’s worden ingezet moet de FG de nodige technische en organisatorische maatregelen nemen om de veiligheid en integriteit van de data te garanderen;
  • FG’s moeten de verantwoordelijke onmiddellijk op de hoogte stellen van een datalek. De termijn voor ‘onverwijld’ in de Nederlandse wetgeving wordt in de Wet Meldplicht datalekken vastgesteld op 72 uur na ontdekking van het incident;
  • FG’s zijn verplicht medewerking te verlenen aan verzoeken van de Autoriteit Persoongegevens;
  • In bepaalde gevallen moet de FG een Privacy Impact Assessment uitvoeren. Dat is in ieder geval zo bij profiling, het verwerken van bijzondere persoonskenmerken en opslaan van camerabeelden met personen erop.

 

Stap 5: Privacy Impact Assessment (PIA)

Hiermee breng je in beeld wat de gevolgen zijn van het verzamelen van persoonsgegevens voor de personen zelf. Dit is afhankelijk van wat met de gegevens gedaan wordt. Wanneer de gegevens verzameld worden voor het versturen van de contributiebrief of een nieuwsbrief is het effect dat mensen lid blijven van de organisatie of dat ze geïnformeerd zijn over de organisatie. Niet voor alle bestanden met persoonsgegevens hoeft daarom een PIA gedaan te worden. Alleen wanneer:

  • Met de persoonsgegevens systematisch persoonlijke aspecten worden geëvalueerd (profiling)
  • Op grote schaal bijzondere gegevens worden verwerkt (zie stap 1)
  • Personen gevolgd worden in publieke ruimte (b.v. door camera toezicht)

Voor de meeste vrijwilligersorganisaties is een formele PIA niet nodig. Vooral niet omdat  alleen contactgegevens verzameld worden en geen persoonskenmerken.

Stap 6: Vrijwilligers informeren of opleiden

Het is niet de bedoeling dat wanneer je de gegevensbescherming zorgvuldig in beleid en procedures hebt geregeld, de eerste de beste vrijwilliger met persoonsgegevens die nodig zijn bij de uitoefening van de zijn/haar functie, te koop gaat lopen. Ook dat zijn datalekken. Dit kan gaan om gegevens uit  de bestanden van de organisatie zelf, maar ook om informatie die een vrijwilliger van een deelnemer of ouder heeft gekregen.

Stap 7: Procedure opstellen voor het melden van datalekken

Elke organisatie die persoonsgegevens opslaat, is verplicht datalekken te melden binnen 72 uur na ontdekking. Om dit zorgvuldig te doen is het handig vooraf procedures af te spreken. Hierin staat:

  • Wat een datalek is;
    We spreken van een datalek als persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen toegang tot die gegevens zouden mogen hebben. Een datalek is het gevolg van een beveiligingsprobleem. In de meeste gevallen gaat het om uitgelekte computerbestanden, een gestolen geprinte ledenlijst of cliëntgegevens.
    Andere voorbeelden zijn cyberaanvallen, verkeerd verzonden e-mail, gestolen laptops, afgedankte niet-schoongemaakte computers en verloren usb-sticks.
  • Bij wie in de organisatie een datalek gemeld moet worden;
  • Wie binnen de organisatie nog meer geïnformeerd moet worden;
  • Wie checkt wat er gelekt is;
  • Hoe in kaart gebracht wordt wat de gevolgen zijn voor de personen van wie de persoonsgegevens gelekt zijn;
  • Welke gegevens nodig zijn voor de melding. De melding moet in ieder geval bestaan uit:
    • de aard van de inbreuk;
    • de instanties of persoon waar meer informatie over de inbreuk kan worden verkregen;
    • de aanbevolen maatregelen om de negatieve gevolgen van de inbreuk te beperken;
    • een beschrijving van de geconstateerde en de vermoedelijke gevolgen van de inbreuk voor de verwerking van persoonsgegevens;
    • de maatregelen die de organisatie heeft genomen of voorstelt te nemen om deze gevolgen te verhelpen.
  • Wie de melding doet bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Meldingen kunnen digitaal gedaan worden bij het meldloket van de Autoriteit Persoonsgegevens: http://datalekken.autoriteitpersoonsgegevens.nl

Wie controleert?

In Nederland controleert de Autoriteit Persoonsgegevens of organisaties voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De Autoriteit Persoonsgegevens kan ook boetes opleggen wanneer na waarschuwingen een organisatie het beleid rond bescherming persoonsgegevens niet verbetert.

 

Collectieve verzekering voor vrijwilligers goed geregeld via INZET078!

Collectieve verzekering voor vrijwilligers

Doe je vrijwilligerswerk in Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht of Zwijndrecht? Dan ben je automatisch verzekerd via de collectieve vrijwilligersverzekering die deze gemeenten hebben afgesloten.

Heb je tijdens je vrijwilligerswerk een ongeval gehad, schade gemaakt of opgelopen of heb je rechtsbijstand nodig? Raadpleeg dan eerst je eigen verzekering of die van de organisatie waarvoor je werkt.

Is er geen of onvoldoende dekking? Vul dan het  Schade aangifte formulier  in. Je kunt het formulier uitprinten en invullen. Hierna kun je het opsturen naar:

MEE Plus
t.a.v. INZET078!
Postbus 3016
3301 AD Dordrecht

of inscannen en mailen naar info@inzet078.nl

Je kunt het formulier ook telefonisch opvragen: (078) 206 30 02.

INZET078! Is het eerste aanspreekpunt voor vragen over verzekeringen en doet de eerste beoordeling van de ingediende claims. Kijk voor meer informatie in de brochure over de vrijwilligersverzekering. Je kunt de brochure hieronder downloaden.

brochure vrijwilligersverzekering 

Feedback geven aan vrijwilligers: 6 tips

Wat is feedback geven?

Er wordt gesproken over feedback ofwel terugkoppeling als de ene persoon van de andere een kritische reactie krijgt op zijn of haar functioneren (bron: wikipedia).

Bij vrijwilligers laat je dus aan de ander weten wat je vindt van zijn of haar functioneren. Dat kan gaan om de resultaten van het werk van de vrijwilliger. Of de effecten van het gedrag van de vrijwilliger. Feedback geven is zinvol omdat het de vrijwilliger kan helpen om beter te worden in zijn of haar functioneren. Hierdoor voelt de vrijwilliger zich gesteund en draagt dit bij aan het persoonlijk welzijn van de vrijwilliger en zijn of haar committment aan de organisatie.

6 tips voor het geven van feedback:

Geef feedback over concreet gedrag.

  • Geef aan welke concrete situatie zich heeft voorgedaan en wanneer het voorval plaatsvond.
  • Vertel de vrijwilliger vanuit je eigen ik wat je ervan vindt.
    “Ik vind in plaats van wij vinden” komt minder aanvallend over.
  • Geef de vrijwilliger zowel positieve als negatieve feedback.
    Vertel wat je goed vindt gaan, maar ook waar het volgens jou beter kan. Probeer hierin een balans te vinden en benadruk dat je blij bent met de inzet van de vrijwilliger. Vrijwilligers zetten zich in met hun competenties en hart voor je organisatie maar het kan zijn dat ze tekortkomingen hebben. Praat vooral over hun gedrag wat veranderbaar is en niet over hun tekortkomingen.
  • Kies een goed moment en een goede timing.
    Feedback geven aan vrijwilligers werkt het beste op een moment dat je er rustig over kunt praten. Zorg voor een goede timing van feedback geven: terugkomen op iets wat 4 maanden geleden is gebeurd heeft niet veel nut meer.
  • Houd oog voor de reactie van je feedback.
    De vrijwilliger kan het eens zijn met je feedback maar dat hoeft niet. Wellicht snapt hij of zij niet wat je bedoelt of voelt zich niet goed begrepen. Licht het zo nodig verder toe en kom dan tot  een conclusie die erop gericht is dat de ander zijn gedrag aanpast.

Bron: VrijwilligersAanZet

Fluitend naar je vrijwilligerswerk

Fluitend naar je vrijwilligerswerk

Door: Lucas Meijs, Hoogleraar Strategische Filantropie en Vrijwilligerswerk aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit.

Hoe gaat het met vrijwilligerswerk in Nederland? Goed meent hoogleraar Lucas Meijs. Nederlanders zijn nog steeds bezield en bereid om als vrijwilliger aan de slag te gaan. Maar dat vraagt wel om nieuwe en flexibele vormen van organiseren en faciliteren.

“We zouden eens moeten stoppen met mopperen”, antwoordt Meijs op de vraag wat er beter kan in vrijwilligerswerk. “Iedere groep moppert wel op een andere groep. Zelf maakte ik dat mee bij mijn scoutingclub, waar we een verbouwing bespraken. We hadden het voortdurend over ouders die niet geholpen hebben, in plaats van dat we iedereen oprecht bedankten die wel had meegedaan.

Ook zouden we moeten stoppen met ons zorgen maken over aantallen. Er is veel vrijwillige energie. De vraag is vooral hoe wij die meer kunnen benutten en mensen kunnen uitdagen om mee te doen. Dat kunnen we alleen door goed aan te sluiten bij ieders voorkeuren van bereidheid, beschikbaarheid en bekwaamheid. Dat betekent: in gesprek gaan en goed luisteren. Waar worden zij gelukkig van? Wat hebben zij nodig om hun bekwaamheid te willen geven?

Hoe ga ik dat als organisatie faciliteren? Dat zit in kleine dingen. Als een vrijwilliger aangeeft dat hij om 9.15 kan beginnen, waarom wordt hij dan toch om 9.00 uur ingedeeld? Wat we nodig hebben zijn managers die goed inspelen op de verschillende manieren waarop mensen hun vrijwillige energie aanbieden.

Toch zijn er twee sectoren waar het vrijwilliger-zijn pijn doet, waar het heel belastend is. Een is de thuiszorg. Dat is niet omdat mensen niet willen. Er zijn heel veel vrijwilligers actief. Maar er is zo veel vraag en die blijft maar toenemen, door vergrijzing en door politieke keuzes om de zorg te vermaatschappelijken.

De andere pijnplek vormen de besturen van verenigingen. Daar wordt het werk vaak op de traditionele manier ingericht. Zoals ik 30 jaar terug op de fiets naar een kerkzaaltje reed waar we vergaderden, papieren kopieerden en deze per fiets rondbrachten, door weer en wind. Daar kun je nu nog voor kiezen, maar dat lukt alleen als je mensen vindt die het op die manier willen doen. Het is vrijwilligerswerk dat vaak veel tijd en energie ‘kost’ en weinig ‘oplevert’. Een andere manier is om optimaal gebruik te maken van eigentijdse – vaak tijdbesparende – middelen, zoals social media en app-groepen. Dan ben je minder plaats- en tijdgebonden en het werk kost veel minder moeite en heeft vaak meer effect. Daarvoor moet je je oude vertrouwde manier durven loslaten.

Misschien speelt voor sommige mensen wel het idee mee, dat vrijwilligerswerk een soort opoffering is, een burgerplicht die veel tijd moet kosten en weinig mag opleveren. Nee hoor! Vrijwilligerswerk kan heel leuk zijn en kan heel veel voldoening geven. Fluitend naar je vrijwilligerswerk.

Ook bij jonge mensen is genoeg vrijwillige energie, maar we moeten snappen en toelaten dat ze het op andere manieren willen doen. En wees blij met wat ze doen. Als ze hun maatschappelijk stage hebben gedaan of voor de kerk kerststukjes hebben rondgebracht en ze willen dan even niet: oké! Laat maar weten hoe en wanneer je het wel weer wilt doen. Goed luisteren dus, om steeds de goed match te maken”.

Bron: Vandaagmagazine.nl Lente 2018

Maatschappelijk betrokken ondernemen

Maatschappelijk betrokken ondernemen

Steeds meer bedrijven willen investeren in de lokale samenleving door maatschappelijke inzet van hun medewerkers. Het is een moderne manier om een organisatie te sponsoren door middel van vrijwillige inzet van medewerkers of het aanbieden van hun kennis.

Stichting Maatschappelijk Betrokken Ondernemen Dordrecht is één van de partnerorganisaties van INZET078!

In ruil voor een positieve gezamenlijke ervaring helpen bedrijven organisaties bij activiteiten en /of ondersteuning in projecten. Op deze manier komen bedrijven en non-profitorganisaties met elkaar in contact wat goed is voor de sociale infrastructuur in de Drechtsteden. Voor non profit organisaties is het voordeel tweeledig:

  • Een grotere klus of activiteit kan worden opgepakt en wordt dus verricht.
  • De activiteit kan een mooie ingang zijn om nieuwe vrijwilligers te vinden (en misschien te binden).

Wat past bij uw bedrijf en wat wilt u investeren?

  • Verbindt u zich aan een maatschappelijk thema, zoals zorg, welzijn, onderwijs, milieu of kunst
  • Richt u zich op een actueel maatschappelijk probleem zoals eenzaamheid of vergrijzing

Welke doelgroep of organisatie spreekt u aan?

  • Jongeren, ouderen, gehandicapten, minderheden of dieren
  • Een maatschappelijke organisatie, een zorginstelling of school bij u in de buurt

Voorbeelden van inzet

  • Organiseren van een spel- of sportdagdeel
  • Opknappen van tuinen of ruimtes
  • Brainstormen over beleid, PR/Communicatie of projectontwikkeling
  • Uitvoeren van een wijkactiviteit of initiatief
  • Meedraaien met een wijkfeest/markt of activiteitendag (NL Doet, Burendag bijvoorbeeld)
  • Een uitstapje organiseren en begeleiden voor een doelgroep

Mogelijke voordelen voor uw bedrijf

  • Teambuilding, versterken van onderlinge communicatie
  • Persoonlijke ontwikkeling en talentontwikkeling
  • Toename van betrokkenheid medewerkers binnen het bedrijf
  • Goed voor imago, naamsbekendheid en waardering in omgeving
  • Vergroten van netwerk op de markt en tevens voor klanten

 

Samenwerking vrijwilligers en vaste krachten

Samenwerking tussen vrijwilligers en vaste krachten

De inzet van vrijwilligers gaat in de meeste organisaties prima. Maar wanneer je ermee begint, kan het zijn dat vaste krachten nog moeten wennen aan de inzet van vrijwilligers. Of het kan zijn dat in de dagelijkse uitvoeringspraktijk er over en weer irritaties of onbegrip gaan ontstaan. Om dit te voorkomen hieronder 6 tips voor een goede samenwerking tussen vaste krachten en vrijwilligers.

1 Leg uit waarom vrijwilligers worden ingezet
Vaste krachten kunnen kritisch aankijken tegen de inzet van vrijwilligers in je organisatie. Het kan, zeker bij de introductie van vrijwilligerswerk, gezien worden als werk verdringing. Communiceer daarom goed dat je aan de slag gaat met vrijwilligers en wat daarvoor de beweegredenen zijn.

2 Beschrijf de werkzaamheden van vrijwilligers
Het is helder voor iedereen, vaste krachten en vrijwilligers, als je duidelijk beschrijft waar de inzet van vrijwilligers zich op richt en waarop niet. Ofwel, beschrijf wat er van de vrijwilligers wordt verwacht en wat niet. Zorg dat dit voor betrokkenen verifieerbaar is, bijvoorbeeld door het op intranet te plaatsen of in de werkprotocollen die worden geraadpleegd. Dit voorkomt misverstanden.

3 Laat vrijwilligers en vaste krachten kennis maken
Elkaar leren kennen verhoogt het onderlinge begrip. Zorg dat vaste krachten en de vrijwilligers van elkaars aanwezigheid en rol in de organisatie op de hoogte zijn. Dit kan tijdens een gezellig koffiemoment of een kennismakingsronde. Beperk de kennismaking tot de mensen waarmee hij of zij het meest contact zal hebben.

4 Deel kennis en ervaring
Zorg dat vrijwilligers goed inzetbaar zijn door ze goed te informeren over de uitvoering van hun werkzaamheden. Je kunt ook sessies organiseren om daarvoor kennis en ervaringen uit te wisselen. Dit verhoogt de effectieve inzet van vrijwilligers en tevredenheid over hun inzet.

5 Neem vrijwilligers mee in nieuwe ontwikkelingen
Organisaties zijn tegenwoordig bijna continu in beweging. Er verandert daardoor veel voor de vaste krachten. Maar ook kan daardoor het nodige veranderen voor vrijwilligers. Neem vrijwilligers in die ontwikkelingen mee en vraag naar hun ideeën daarover.

6 Evalueer de inzet van vrijwilligers
Het is zinvol om bijvoorbeeld eens per jaar het gesprek aan te gaan en de inzet van vrijwilligers te evalueren. Praat niet alleen over de vrijwilligers, maar organiseer een gesprek waar vaste krachten en vrijwilligers in vertegenwoordigd zijn. Bespreek de positieve en negatieve ervaringen en bespreek met elkaar waar mogelijkheden liggen voor verbeteringen. Laat daarna zien wat je met die suggesties gaat doen. Dit kun je ook periodiek ter sprake brengen in een werkoverleg.

 

 

 

Bron: vrijwilligeraanzet

Vrijwilligerswerk en uitkering

Vrijwilligerswerk en een uitkering

Als je een uitkering hebt, mag je in principe altijd vrijwilligerswerk doen. Maar er zijn wel altijd voorwaarden.

Hieronder lees je de belangrijkste voorwaarden. Let op! Per uitkerende instantie kunnen er ook nog andere regels gelden. Bespreek daarom altijd goed van te voren met je uitkerende instantie welk vrijwilligerswerk je wilt gaan doen en vraag na of er nog aparte regels gelden in jouw situatie.

  • Meldplicht: meld altijd vooraf bij de uitkerende instantie dat je vrijwilligerswerk gaat doen.
  • Vergoeding: Vrijwilligerswerk is onbetaald. Wel kun je afspreken met de organisatie waarvoor je vrijwilligerswerk doet dat je onkosten worden vergoed. Dat kan op twee manieren. Je kunt een vergoeding vragen voor de daadwerkelijk gemaakte onkosten (dan moet je wel een administratie bijhouden met bonnetjes). Je kunt ook gebruik maken van de vrijwilligersregeling waarbij je een vaste vergoeding krijgt zonder dat je een administratie bij hoeft te houden. Het vaste bedrag dat je ontvangt mag niet hoger zijn dan 170 euro per maand en 1700 euro per maand.  Lees hier meer over de vrijwilligersregeling. 
  • Bonus: Als je een bijstandsuitkering hebt, kun je in bepaalde gevallen in aanmerking komen voor een jaarlijkse bonus van 250 euro. Je kunt deze bonus zelf aanvragen bij de Sociale Dienst Drechtsteden. Meer over vrijwilligerswerk en de bijstand lees hier op de website van de Sociale Dienst Drechtsteden
  • Geen winst. Het vrijwilligerswerk mag alleen worden gedaan bij organisaties van algemeen nut, zonder winstoogmerk, die geen vennootschapsbelasting betalen.
  • Geen verdringing van betaalde arbeid: Dat betekent dat er een jaar lang geen betaalde medewerker de werkzaamheden (die nu vrijwillig worden aangeboden) heeft uitgevoerd en er ook geen vacature is geweest voor een betaald medewerker.

Handige links over dit onderwerp:

 

 

 

 

Contact

Voor vragen kan je altijd contact opnemen met INZET078!

 

Participanten